![]() |
![]() |
|||||||
|
Een fruitboom bestaat uit een stam met
daarop een kroon van 5 à 6 gesteltakken. De “laagstam” (ook laaggesnoeide
fruitboom of spilboom genoemd) is een vorm met kleinere
afmetingen doordat gebruik wordt gemaakt van een zwakkere onderstam. De
stam is 50 cm hoog; een volgroeide boom heeft een hoogte van 2,5
à 4 m. Laagstambomen kunnen kegel- of bokaalvormig (peren- en appelbomen) worden geleid. Afstand bij de aanplant: 4 m van de ene
stam naar de andere. De “halfstam” is een boom die bestaat uit
een stam van 1,30 m hoog met daarop een kroon. Op termijn
kan een boom een totale hoogte van 5 à 6 m bereiken. Afstand bij de aanplant: 6 m van de ene
stam naar de andere. De “hoogstam” verschilt van de “halfstam”
alleen door de hoogte van de enting, hetzij 2,3 m. Hoogstambomen zijn
zeer geschikt voor weiden, omdat de vee de kroon niet kan raken. Een
volgroeide boom zal een hoogte van 8 à 10 m bereiken. Afstand bij de aanplant: 10 à 12 m
van de ene stam naar de andere. Opmerking: half- en hoogstambomen hebben gewoonlijk twee entingen, een oculatie op een onderstam met sterke groeikracht, die een rechte stam vormt, en een spleetent aan de kop met de soort die men wenst te vermeerderen.
|
||||||||


